Welke uitkeringen ontvangen mijn partner en kinderen na mijn overlijden?
Als u op het moment van overlijden nog in dienst bent, wordt het ouderdomspensioen berekend, alsof u tot uw 65ste jaar zou zijn blijven werken (het bereikbare ouderdomspensioen). De partner krijgt levenslang 70% van dit ouderdomspensioen uitgekeerd. Daarnaast krijgt de partner tijdelijk partnerpensioen tot zijn/haar 65ste.
Voor de berekening van het bereikbare ouderdomspensioen worden zodoende de pensioenaanspraken van twee perioden samengevoegd:
- de pensioenaanspraken die vóór overlijden van de deelnemer voor het pensioen meetellen;
- de pensioenaanspraken die opgebouwd zouden worden vanaf zijn overlijden tot de 65ste verjaardag (de fictieve aanspraken).
De berekening van het partnerpensioen
|
Voorbeeld berekening partnerpensioen bij overlijden werknemer
Een 52-jarige gehuwde werknemer overlijdt.
Pensioengevend salaris:
De pensioengrondslag is:
Hij werkt reeds 15 jaar bij een bij SPEO aangesloten onderneming.
Over 13 toekomstige jaren van 52 tot 65 bedraagt de pensioenopbouw: 13 x 2% x € 23.851 = € 6.201 per jaar
Het totaal verzekerde ouderdomspensioen bedraagt: De partner krijgt levenslang 70% van dit ouderdomspensioen uitgekeerd
Daarnaast krijgt de partner tot 65 jaar een extra tijdelijk partnerpensioen: - 10% van het jaarinkomen = € 4.188) - € 9.383, zijnde het minimum (niveau 2010) Het tijdelijk partnerpensioen dus € 9.383.
De partner krijgt tot 65 jaar : € 9.384 + € 9.383 = € 18.767 per jaar |
Als u bent gescheiden is uw partnerpensioen waarschijnlijk lager dan 70% van het ouderdomspensioen. Dit komt omdat bij echtscheiding een deel van het partnerpensioen wordt afgesplitst en aan de ex-partner wordt toegewezen.
De berekening van het wezenpensioen
Het wezenpensioen is inkomen voor uw kinderen als u overlijdt. Het wezenpensioen wordt in beginsel alleen uitgekeerd aan kinderen tot de leeftijd van 18 jaar. Oudere kinderen die nog studeren ontvangen zo lang zij studeren een uitkering tot de leeftijd van 27 jaar.
Het wezenpensioen bedraagt 16% van het ouderdomspensioen dat u bereikt zou hebben als u tot uw 65ste gewerkt zou hebben. Voor wezen waarvan zowel de vader als de moeder zijn overleden, wordt het percentage verdubbeld.
| Voorbeeld berekening wezenpensioen bij overlijden werknemer
Een 52-jarige werknemer met twee kinderen van 19 jaar resp. 14 jaar overlijdt.
Pensioengevend salaris:
De pensioengrondslag is:
Hij werkt reeds 15 jaar bij een bij SPEO aangesloten onderneming.
Over 13 toekomstige jaren van 52 tot 65 bedraagt de pensioenopbouw: 13 x 2% x € 23.851 = € 6.201 per jaar
Het totaal verzekerde ouderdomspensioen bedraagt:
Het wezenpensioen bedraagt per kind: 16% * € 13.548 = € 2.168 per jaar
De wees van 19 jaar ontvangt het wezenpensioen alleen als hij/zij studeert en studiefinanciering ontvangt. De wees van 14 jaar ontvangt het wezenpensioen in ieder geval tot 18 jaar. Daarna alleen als hij/zij studeert en studiefinanciering ontvangt. |

